Drie jaar geleden leerde ik Jan en Ellen kennen. Bij Jan was dementie geconstateerd en de huisarts gaf de tip om eens op het geheugensteunpunt te gaan kijken. Zo ontmoette ik, als coördinator, Jan en zijn echtgenote.

 

Hobbels en kuilen.

Het ging niet allemaal even gemakkelijk voor hen. Jan was achter in de 80 en altijd manager geweest. Hij hield van grip, controle en regie. Dat hij begon te veranderen ging er bij hem moeilijk in. Zijn echtgenote kon het goed verwoorden wat die verandering was, maar Jan trok zich terug en vond het leven steeds minder leuk. Hij werd stil en zocht naar het doel van een niet positief uitzicht.

 

Met beide handen.

En toch lukte het hen om samen te leren om te gaan en te leven met dementie. Jan kwam iedere week trouw naar onze ontmoetingsochtenden, hij legde het zichzelf op. Ellen kwam vaak mee en was daar ook echt een toegevoegde waarde. Jan merkte dat de sociale ontmoetingen en cognitieve activering hem goed deden. Maar hij had méér nodig; een uitlaatklep. Zo sloot hij ook enthousiast aan bij onze lotgenotencontactgroep voor mensen met dementie. Eerst in gesprek en daarna samen bewegen. Mooi om te zien hoe hij zijn voormalige managersfunctie in kon zetten. Hij was een kei in gespreksvoering met anderen, hij wist de juiste vragen te stellen en hij kon zijn ervaringen goed verwoorden. Hij sportte fanatiek mee en hij bloeide op. Hij was er weer.

Maar ook mantelzorgers hebben de juiste aandacht en ondersteuning nodig. Ellen greep met beide handen de kans aan om deel te nemen aan de lotgenotencontactgroep voor mantelzorgers. Ook volgde zij nog een cursus “Omgaan met dementie”. Ik zag dat zij haar man steeds meer en meer begreep.

 

Samen.

Daar bleef het niet bij. Hun relatie bloeide weer op. Jan en Ellen hadden wederzijds respect voor elkaar. Ze zagen hoe de ander moeite deed om te leren om te gaan met de situatie. Te leren omgaan met dementie;  ze deden het samen.

 

Thuis.

Helaas moesten we veel activiteiten stop zetten wegens de corona crisis. Jan en Ellen waren, net als vele anderen, maanden samen thuis. Ik hield telefonisch contact. Toen we de deuren eindelijk weer konden openen merkte ik dat Jan niet meer zo’n plezier had bij ons. Dat zie je, dat voel je. De casemanager dementie zocht mee naar een oplossing en had ondertussen  een fantastische dagbesteding voor hem gevonden, waar hij een paar keer gekeken heeft. Ik merkte dat Jan zich aan het loskoppelen was van ons. De dagbesteding was zijn nieuwe stip aan de horizon. Hij kon daar meehelpen en van betekenis zijn. Manager Jan kon daar zijn ei kwijt en van waarde zijn.

 

Loslaten.

Vandaag was het dan zover. Jan en Ellen kwamen ons gedag zeggen. Ik wist dat het zou komen, zij wisten het, en wat resulteerde was dankbaarheid.  Ik ben hen dankbaar dat ik ruim drie jaar hen heb mogen begeleiden en dat ze mij hierin vertrouwden. Want ze waren open en hebben veel met mij gedeeld. Zij zijn mij dankbaar voor wat ik voor hèn heb kunnen betekenen.

Aan het eind van de ochtend was ik even alleen met hen. Jan had een warme blik in zijn ogen (of zag ik een traantje?) en bedankte me hartelijk. Ellen koos haar woorden zorgvuldig en gaf zoveel waardering voor wat ik voor hen betekend had en wat wij zo samen bereikt hebben. Een kleine persoonlijke toespraak die me enorm raakte.  Ja, ik ben een professional, maar bovenal mens. Stond ik daar nu ook een traantje weg te pinken?

We zwaaiden nog even naar elkaar (knuffelen kon niet i.v.m. corona richtlijnen) en wat deed Jan? Hij pakte de naamkaartjes van hem en van Ellen van tafel en zei: “Zo, deze neem ik mee”. Jan sloeg zijn vleugels uit.

Dag Jan en Ellen, het ga jullie goed. Wat ontzettend fijn dat ik mij in mag zetten voor mensen zoals jullie.